Helpende handen dragen EVVC Vinkel
Vinkel (Maasdonk): Maandagen zijn meestal niet de mooiste dagen, maar deze werkweek lijkt nauwelijks beter te kunnen beginnen. De velden van de Eerste Vinkelse Voetbal Club zijn nog altijd vochtig van de ochtenddauw als de zon naar het hoogste punt kruipt. Je ruikt het frisse gras. Op het terras van de kantine is het geluid van fluitende vogels verstomd en zingen grijzende mannen met grote handen het hoogste lied. Ze zitten er aan de koffie. Dat doen ze bijna iedere maandag, maar niet voordat het karwei geklaard is. Zodra ze in de WAO belandden of met de vut of pensioen gingen vonden ze een onbetaalde nieuwe werkplek bij de plaatselijke voetbaltrots. Clubliefde en gemeenschapszin is wat de 27 vrijwilligers bindt. Plus de bereidheid om de handen niet in de broekzakken te begraven, maar uit de mouwen te steken.
Door Marcel Bosmans
Jo van Wanrooij schenkt zijn kopje vol. Hij is een van de oliemannetjes die ervoor zorgt dat alles binnen de vereniging gesmeerd verloopt. Als bestuurslid heeft hij onder meer het beheer van de accommodatie in zijn portefeuille. In die hoedanigheid begeleidt hij ook de volontairs die met hem aan tafel zitten. Mensen die zich belangeloos voor hun club inzetten zijn een groot goed. “Vrijwilligers maken de club. Je moet ze daarom koesteren. Plezier is daarbij de basis. Nieuwkomers haken snel af als ze alleen maar rotklusjes in de maag krijgen gesplitst. De eerste vraag die ik aan een vrijwilliger stel is ‘Wat vind je leuk om te doen?’ Met persoonlijke wensen en voorkeuren wordt zoveel mogelijk rekening gehouden. Het wordt steeds lastig om vrijwilligers te vinden, dus we moeten zuinig zijn op wat we hebben.”
Daarbij is ook de beleving belangrijk, zo meent Van Wanrooij. “In een sfeer van mannen onder elkaar wordt er na afloop gezellig nagekaart. De koffie staat dan klaar. Jaarlijks wordt er ook een groots opgezette feestavond georganiseerd voor alle vrijwilligers die EVVC rijk is. Mensen waarderen dat. Het komt dan ook weinig voor dat we vergeefs een beroep op hen doen.”
Week na week valt er het nodige werk te verzetten. “De gemeente maait het gras en is verantwoordelijk voor het groot onderhoud, maar laat de rest aan de club over.” Als er in het weekend wedstrijden zijn gespeeld, dan worden de velden op maandag aan een uitgebreide inspectie onderworpen. Gaten in de ondergrond worden zoveel mogelijk gedicht en kale plekken opnieuw ingezaaid. De doelnetten worden eveneens gecontroleerd. Tevens moeten de kleedlokalen, toiletten en de tribunes worden schoongemaakt.
“De accommodatie moet een kampioen waardig zijn”, vindt Van Wanrooij. “ We gaan niet voor negenennegentig, maar voor de volle honderd procent. Alle elftallen moeten over fatsoenlijke faciliteiten kunnen beschikken en onder goede omstandigheden kunnen trainen en spelen. We zijn dus nooit klaar. We doen zoveel mogelijk zelf en als het moet zijn we de hele week in touw. In de ogen van de gemeente doen we soms zelfs teveel en te snel. Als er gebouwd moet worden, komt er geen aannemer aan te pas. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met de verbreding van het pad bij de tribune. Dat lukt niet zonder steun van sponsors. Omdat er onder plaatselijke ondernemers brede support is voor de club, komen we niet acuut in de problemen mocht er een sponsor afhaken.”
EVVC staat midden in de Vinkelse samenleving. “Met 550 leden zijn we verreweg de grootste vereniging. Bijna iedereen is bij de club betrokken. Een belangrijk deel van het sociale leven speelt zich op of rond de velden af. Vriendjes en vriendinnetjes zitten met elkaar een team. Ouders spelen zelf nog of begeleiden een jeugdteam en grootouders zijn als vrijwilliger of supporter aan de vereniging verbonden. Het leeft van jong tot oud.
De titel is niet alleen de verdienste van het vaandelteam. Het is een gezamenlijke topprestatie van de Vinkelse gemeenschap.“
Een deel van de ploeg die de accommodatie van EVVC onderhoudt en schoonmaakt.